Toen mijn baby een paar weken oud was, ging ik bij mijn verloskundige op nacontrole. We kletsten wat na over de bevalling (O, wat was die goed gegaan!), ze informeerde naar de borstvoeding (Nog steeds volledig? Goed zeg!), ze vroeg of ik alweer seks had gehad (Pffff…nee nog niet). Daarna controleerde ze mijn ijzergehalte (Perfect!) en zag dat mijn kind enorm gegroeid was (Wow, wat ziet ze er stevig uit!). Conclusie: Het ging allemaal meer dan goed en of ik nog vragen had. Uhm…nee. Het gaat inderdaad goed. Alles volgens het boekje!


Teleurstelling

Op weg terug naar huis, merkte ik dat ik teleurgesteld was. Stiekem had ik wat meer verwacht van dit laatste gesprek met haar. Het was gezellig geweest, dat zeker. Ze vond mijn dochter mooi en had me gecomplimenteerd dat ik het allemaal voor elkaar had. Maar nu merkte ik dat ik stilletjes gehoopt had dat ik haar had kunnen vertellen over de mindere momenten. Over dat ik me bijvoorbeeld regelmatig alleen voelde en dat de muren dan op me af kwamen. Dat ik me schaamde voor dit gevoel, omdat ik toch alles had wat ik wilde: een gezonde baby, een geweldige vent en een mooi huis?

Ik had haar willen vertellen dat ik dit niet goed aan anderen durfde te vertellen en dat ik maar geen oplossing kon bedenken voor het feit dat ik nog geen vrienden had in de Randstad (voor de bevalling was ik hierheen verhuisd vanuit Zuid-Limburg) en mijn familie op 2,5 uur reizen bij me vandaan woonde.

Baby’s krijgen en grootbrengen ziet er tegenwoordig heel anders uit dan in de prehistorie. Wat nog precies hetzelfde is: mensenkinderen groeien ongewoon langzaam op. Ze hebben tot volwassenheid 10-13 miljoen calorieën nodig en daar kunnen ze niet zelf voor zorgen. Een belangrijk deel van die zorg komt bij de moeder terecht.

 

‘It takes a village to raise a child’

 

Maar er is een belangrijk verschil tussen de prehistorie en nu: moeders van nu komen gemakkelijk aan voeding. Daar hebben ze niemand voor nodig. In de prehistorie waren er uiteraard geen supermarkten, er werd gejaagd en verzameld. Moeders zorgden deels zelf voor eten voor hun kind, maar waren voor een groot deel afhankelijk van voedsel dat door anderen werd meegebracht. Een moeder deed het niet alleen, kòn het niet alleen.

Dat was geen teken van zwakte, maar heel normaal. Het was normaal dat oma oplette als moeder er zelf op uit ging. Het was normaal dat anderen haar hielpen met voedsel aandragen. Het was normaal dat er samen voor een kind werd gezorgd. ‘Collectieve broedzorg’ noemt de Amerikaanse antropologe Sarah Blaffer Hrdy dat. Deze manier van samenleven was heel sociaal. Moeders wisten zich gesteund en zeker van hulp.


Zorgzame dorpen

In onze moderne westerse samenleving bestaan deze zorgzame dorpen niet meer. Onze baby’s worden in volledig zelfstandige gezinnen geboren. Moeders zijn voor het overleven van hun baby niet meer afhankelijk van anderen. De oma’s, zussen en vriendinnen zijn veel minder dichtbij. Ze werken, wonen op andere plekken en zijn veel minder beschikbaar voor de moeder dan vroeger. Dat maakt dat moeder worden een gebeurtenis is die veel individualistischer geworden is. Vrouwen van nu staan er veel meer alleen voor.

Onderzoek laat hetzelfde zien. 60% van vrouwen die bevallen zijn voelt zich regelmatig alleen. Aangetoond is ook dat dit niet bijdraagt aan het herstel en het vinden van een nieuw evenwicht als moeder. 80% van de pas bevallen vrouwen weet niet waar ze met vragen terecht kan. Dat versterkt het gevoel van eenzaamheid.

In Afrika zeggen ze “It takes a village to raise a child”. Oftewel: er is een heel dorp nodig om een kind op te voeden. Het is dus normaal dat je hulp krijgt bij de verzorging en opvoeding van je kind. Sterker nog: dat is nodig. Nu hoef jij niet een heel dorp op te trommelen om voor eten voor je kind te zorgen. Maar de wetenschap dat je gesteund wordt is en blijft belangrijk. Het maakt jouw taak als moeder makkelijker te doen.

Eén van de eerste dingen die wij tegen moeders zeggen die we begeleiden, is: Bouw je eigen dorp. Zorg voor een netwerk van mensen om je heen die jou helpen en ondersteunen. Dat maakt dat je je minder alleen voelt, dat is belangrijk voor hoe jij je voelt en je ontwikkeling als moeder.


Hoe doe je dat zo’n dorp bouwen?

  1. Maak een lijstje van mensen die iets voor jou zouden kunnen betekenen. Denk daarbij aan allerlei soorten hulp: van boodschappen doen tot een middagoppas, zodat je bij kunt slapen. Alles wat maar in je opkomt.
  2. Schrijf achter elke naam wat diegene voor jou zou kunnen betekenen.
  3. Bel deze mensen op en vraag om hulp. Nu denk je misschien: Maar ze hebben het allemaal al zo druk met hun eigen leven. Dat is waar. Maar wat je zult merken: mensen vinden het heerlijk als ze nodig zijn. Dus met je vraag voor hulp gééf je de ander ook wat.
  4. Maak meteen concrete afspraken met jullie agenda’s erbij. Plan een paar weken (!) vooruit.
  5. Schrijf deze hulptroepen in rood in je agenda. Zo zie je in één oogopslag hoeveel hulp er die week voor je is. Zo heb je de ‘magere’ weken meteen in beeld en kun je deze aanvullen.


Wat levert jou dit op?

  • Je voelt je minder alleen
  • Je hebt meer rust
  • Je hebt meer plezier
  • Je kunt meer genieten

Succes!

Evelyne

Malcare WordPress Security